Ontwikkelingen
Door het wereldwijd uitbreken van de coronacrisis , welke zowel een ongekende humanitaire als een economische crisis tot gevolg had en nog steeds heeft, verloren alle voorspellingen voor 2020 hun waarde.
Dit maakte het zeer weerbarstig om enigszins een goede inschatting te maken van de gevolgen voor de liquiditeitsplanning van onze gemeente en de renteontwikkelingen. We hebben om daarmee om te gaan zeer frequent een ambtelijk Treasurycomité overleg gehad. In de eerste maanden van de uitbraak van de coronacrisis om de 2 weken, later kon de frequentie wat terug gebracht worden naar nu 1x in de 2 maanden. En natuurlijk met de afspraak mocht het nodig zijn om tussentijds te schakelen. Bij het bespreken van de liquiditeitsverwachtingen hielden we rekening met meerdere scenario’s, waaronder een soort worst-case scenario. De belangrijkste elementen in dat scenario waren, in eerste instantie de onzekerheid over de Rijkscompensatie voor het wegvallen of uitstel van inkomstenbronnen, (parkeerinkomsten, toeristenbelastingen, huren enz.) maar ook de kosten voor het “Coronaproof” maken van de stad, inclusief sociale vergoedingen, daarnaast was er onzekerheid over en in welke mate er uitstel van betaling van OZB en de vertraging of afstel van grondverkopen konden voordoen. We hebben daar telkens over gesproken. Hoe dichter naar het einde van het jaar hoe minder groot het worst-case scenario, en telkens bijgesteld met de nieuwste realisatiecijfers.
Conclusie hoog over is dat we “gunstiger” dan het normale verwachte liquiditeitsverloop zijn uitgekomen. Grondverkopen gingen door, soms zelfs sneller of meer dan eerder verwacht. Compensatie van het Rijk ontvingen wij meestal vroegtijdig (vanaf de zomer) en het eerder verleende uitstel op de belastingen werd grotendeels vanaf september weer ingelopen. Vertragingen in investeringsuitgaven en van sommige exploitatie- uitgaven hielpen ook om bij de dat “gunstiger” liquiditeitsverloop uit te komen.
Korte rente:
De korte depositorente is in 2020 door de Europese Centrale Bank (ECB) niet aangepast, dat wil zeggen dat als partijen geld willen stallen bij de ECB zij nog steeds 0,5% moeten betalen.
In verband met de economische gevolgen van de maatregelen ter bestrijding van corona zijn er door centrale banken en overheden ongekende opkoopprogramma’s van leningen en anderszins middelen ter beschikking gesteld om de economie te stutten. Het gevolg hiervan was dat de 3-maands Euribor rente fors daalde en op 31 december 2020 uit kwam op -0,541%. In de begroting hadden wij voorzichtigheidshalve gerekend met 0% voor leningen met een korte looptijd. Wij hebben ons leningen met een korte looptijd tegen gemiddeld -/- 0,50% kunnen afsluiten. Wij "verdienden" hierdoor circa € 123.000 in 2020.
De huidige marktverwachting is dat de 3-maands Euribor rente weinig zal veranderen in 2021, eerder nog een lichte daling dan een stijging, omdat de economische gevolgen van de corona crisis nog steeds voortduren.
Lange rente:
De lange rente (basis is 10-jaars swaprente) heeft uiteindelijk een behoorlijke daling laten zien, van begin van het jaar op een niveau van +0,21% om op 9 maart 2020 een negatieve stand van ruim -/-0,3% te noteren. Bij het ook in West Europa uitbreken van de coronacrisis liep de rente snel op naar een positieve waarde, vanwege de enorme onzekerheid. Met alle genomen maatregelen door centrale banken en overheden om de economie te stutten zakte de rente terug naar een negatieve waarde. Op 31 december was de 10-jaarsrente -/- 0,26%. Wij hielden in de begroting 2020 rekening met een bandbreedte voor rente op leningen met een lange looptijd tussen 0% en 1,0% en rekenden in de begroting voorzichtigheidshalve met 1,0%. De rente voor de nieuwe leningen kwam uit op +0,14%. Zie ook het onderdeel financiering verderop in deze paragraaf.
De voorspellingen voor 2021 zijn erg lastig te maken, omdat alles afhankelijk is van hoe snel de vaccins aanslaan en de huidige beperkingen kunnen worden losgelaten en de economische groei weer op gang komt. De voorlopig inschatting voor 2021 is een bandbreedte van -/- 0,3% tot +0,3% van de rente voor leningen met een lange looptijd.
In de paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing wordt er rekening mee gehouden dat de feitelijke rente anders kan verlopen. In de alinea over renterisicobeheer blijkt dat een eventuele rente stijging gedempt wordt door een grotere spreiding van de leningenportefeuille dan de wettelijk kaders voorschrijven.
Met betrekking tot de Wet schatkistbankieren kunnen wij melden dat wij in 2020 voor het eerst tijdelijk geld in Rijks schatkist hebben gestald, daarmee voor kwamen wij een overschrijding van de zogenaamde drempelwaarde. De oorzaak zat hem er in, dat ondanks de corona crisis, er een bijzonder gunstig liquiditeitsverloop ontstond in de loop van de 2de helft van het jaar met een mix van oorzaken, die in de jaarrekening op verschillende plaatsen wordt toegelicht. Voor de berekening van het drempelbedrag zie verderop in deze paragraaf.
De Wet Hof (Houdbare overheidsfinanciën) speelt een belangrijke rol met betrekking tot de investeringsruimte (grof vertaald meer kasuitgaven dan inkomsten) voor de decentrale overheden en het Rijk. Uiteindelijk is besloten om voor 2020 een landelijke EMU-tekortnorm van 0,27% van het bbp voor alle gemeenten gezamenlijk te hanteren. Wij hebben over 2020 veel minder geld uitgegeven dan er binnen kwam. Dit hele criterium heeft op dit moment nauwelijks aandacht vanwege de corona crisis en dat is begrijpelijk. Desalniettemin zaten wij ruim binnen de norm. De vooraf bepaalde referentiewaarde was € 20,5 miljoen. In werkelijkheid zijn wij uitgekomen op negatief € 21,5 miljoen, dat wil zeggen dat de inkomsten hoger waren dan de uitgaven.
Eind 2014 is de Regeling Uitzettingen en Derivaten Decentrale Overheden (RUDDO) als onderdeel van de Wet Financiering Decentrale Overheden (FiDO) aangepast. De beperkingen die zijn opgelegd gaan minder ver dan bij de overige publieke entiteiten. De ratingeisen voor de mogelijke tegenpartijen zijn aangepast aan de huidige realiteit, dat willen zeggen dat er wettelijk nu een single A-rating als ondergrens geldt. Wij hanteren in ons treasurystatuut voorlopig nog een ondergrens van AA-. Vanuit spreiding in de financieringsvormen ligt de voorkeur bij nieuwe financieringen niet op de eerste plaats bij de inzet van rente-instrumenten. In de prijzen van de nieuwe leningen houden we rekening met een opslag, de zogenaamde liquiditeitstoeslag. Deze bewoog de afgelopen periode op het niveau van circa 0,15% bij een 10-jaars lening, waarbij tijdens het begin van de corona crisis even wat hoger lag. We verwachten dat deze opslag in 2021 op ongeveer hetzelfde niveau zal blijven liggen.
De administratieve organisatie van de treasuryfunctie is georganiseerd conform het door u in 2018 opnieuw vastgestelde Treasurystatuut.